“Ik (Helma) praat ook namens mijn broer Harrie Overdijk die zijn verhaal niet meer kan doen. Door Harrie is de Oogvereniging OOR&OOG op het idee gekomen om meer aandacht te vragen voor ouderen die op latere leeftijd slecht gaan horen én zien.
Onder het kopje geschiedenis leest u meer hierover.”

Betrokken

“Harrie en ik waren altijd erg betrokken bij onze doelgroep mensen met doofblindheid omdat wij beiden geboren zijn met het Ushersyndroom, type 2A.
Dit Ushertype betekent dat je slechthorend geboren wordt en in de puberleeftijd begin je slechter te zien. Het zijn progressieve beperkingen.
Doordat wij ons hele leven al met deze beperkingen te kampen hadden was het een logische stap om ons in te zetten voor mensen die ook hiermee te maken hebben. En dan hebben we het over alle vormen van ‘doofblindheid’ en niet alleen over het syndroom van Usher.”

Harrie

“Na een periode te hebben doorgebracht op het Loo Erf, een revalidatiecentrum voor blinden en slechtzienden, hebben wij ons op het vrijwilligerswerk gestort. Harrie werd, naast zijn werk op het Energie Centrum Nederland én technicus bij de ziekenomroep als vrijwilliger, op een gegeven moment bestuurslid van participatiegroep doofblinden binnen de Oogvereniging.
Later is de naam veranderd van participatiegroep Doofblinden in Oogvereniging OOR&OOG. Harrie zat in de ledenraad van de Oogvereniging en hij was ook hoofdredacteur van ons ledenblad Raakvlak.”

Helma

“Ik ben naast echtgenote, moeder, oma, vriendin ook werkzaam voor onze kerk als vrijwilliger.
Voor onze doelgroep ben ik nieuwsredactielid van de website Doofblinden.net en het ledenblad Raakvlak, zit in de organisatie van het deelgenotenteam en ben ambassadeur van Oogvereniging OOR&OOG.
Hardlopen bij Running Blind, klarinet spelen, lezen op mijn e-reader en wandelen met mijn blindengeleidehond zijn onder meer mijn hobby’s.”

Vrijwilligerwerk

“Het vrijwilligerswerk geeft me (Helma) veel voldoening en ik hoop als ervaringsdeskundige de campagne ‘3 maal O’ stevig op de kaart te kunnen zetten. Fijn om in nagedachtenis aan Harrie, het werk waar hij zich sterk voor maakte voort te kunnen zetten.”